De boeken

'Geschiedenis van Drenthe. Een archeologisch perspectief' en
'Geschiedenis van Drenthe. Een nieuw perspectief' zijn twee kloeke standaardwerken. Elk boek staat op zichzelf en is los van het andere te koop. Tezamen bieden de boeken een overzicht van de meeste recente kennis en inzichten over de Drentse geschiedenis en archeologie en zullen een impuls geven aan toekomstig historisch onderzoek in Drenthe. 

De boeken zijn onmisbaar voor inwoners van Drenthe die meer willen weten van de geschiedenis van hun provincie. Daarnaast geven ze iedereen die geïnteresseerd is in de historie van Nederland een bijzonder beeld van de geschiedenis van de mooiste provincie van Nederland.

De auteurs zijn dr. W.A.B. van der Sanden (archeologie) en
dr. M.A.W. Gerding (geschiedenis).

Hieronder kunt u alvast enkele bladzijden van de boeken bekijken. 





Wat kunt u van de boeken verwachten?

• Toegankelijk geschreven, bedoeld voor iedereen die geïnteresseerd is in de Drentse geschiedenis en cultuur
• Ruim 300 bladzijden per boek
• Fullcolour en rijk geïllustreerd met tekeningen, kaarten en foto’s
• Aantrekkelijke kaderteksten
• Verantwoording met literatuurverwijzing en registers op personen en plaats

Waarom deze nieuwe standaardwerken over het Drentse verleden?
Journalist Bernd Otter interviewde redacteur Jan Bos hierover in het Dagblad van het Noorden van 23 oktober 2015:

Geschiedenis van Drenthe herschreven
Dertig jaar oud is het laatste geschiedenisboek van Drenthe. Sindsdien is er zoveel meer bekend geworden over het Drentse verleden dat het tijd wordt voor een nieuwe versie. De provincie Drenthe heeft twee experts gevraagd om de provinciale geschiedenis opnieuw te beschrijven.
Archivaris Jan Bos van het Drents Archief weet het wel zeker: het boek Geschiedenis van Drenthe, dat in 1985 verscheen, heeft zoveel reacties opgeleverd dat een nieuw geschiedenisboek nodig is. Het boek van Jan Heringa c.s. was een flinke pil die eindelijk eens een echt overzicht gaf van de provinciale historie, maar lang niet compleet. Zo mocht professor Waterbolk krap tachtig bladzijden vullen over de voor Drenthe zo belangrijke archeologie.

Nieuwe onderzoeken, inzichten en opgravingen
Bos: ,,Dat boek heeft zoveel interesse gewekt en zoveel vragen opgeroepen dat er sindsdien enorm veel onderzoek is gedaan.’’ Bijna elke gemeente kreeg in het kielzog van die aandacht een lokale historische vereniging. Met bijna altijd een eigen tijdschrift dat sindsdien bergen nieuwe informatie heeft verschaft. De gemeentelijke herindeling in 1998 deed daar een schep bovenop, doordat vrijwel elke op te heffen gemeente een eigen geschiedenisboek liet verschijnen. Universiteiten ontdekten Drenthe als dankbaar ‘braakliggend’ gebied voor historisch onderzoek. En dan is er nog internet, dat historisch onderzoek stukken gemakkelijker maakte. Met als gevolg een hausse aan nieuwe informatie over soms oeroude zaken.
Bos: ,,Het boek van Heringa hield op bij de oorlog. Sindsdien is er veel gebeurd. Er komt in het nieuwe boek meer aandacht voor de vervening, voor de landschapsgeschiedenis, maar ook de archeologie heeft sinds 1985 nieuwe dingen opgeleverd. Nieuwe inzichten in de vroegste bewoning van Drenthe en de opgraving van een bisschoppelijk hof in Diever, om maar wat te noemen. Het verdrag van Malta uit 1992 leidde tot de verplichting tot archeologische aandacht bij ingrepen in de bodem, waardoor er veel is opgegraven.’’

Twee provinciale experts
Voor de provincie en het Drents Archief was het nauwelijks een vraag of de geschiedenis van Drenthe aan een nieuwe versie toe is. Net zo min was er twijfel over de auteurs. Geen redactie vol deeldeskundigen, maar twee provinciale experts zijn inmiddels tweeënhalf jaar bezig om Drenthe te voorzien van twee nieuwe standaardwerken over de historie. 
Provinciaal archeoloog Wijnand van der Sanden maakt een boek over de ontwikkeling van dit deel van het land vanaf de allervroegste tijden tot en met de Tweede Wereldoorlog, onder meer aan de hand van bodemvondsten.
Provinciaal historicus Michiel Gerding doet feitelijk hetzelfde, maar dan met de geschreven geschiedenis als basis. Ze worden ondersteund door een projectteam van het Drents Archief.
De provincie betaalt de kosten van de auteurs en de verdere voorbereidingen. Van Gorcum geeft de boeken vervolgens voor eigen rekening uit. Voor beide auteurs wordt het een soort nalatenschap van al hun kennis over de Drentse historie, die ze vergaarden in de decennia dat ze werkten voor ‘de Oude Landschap’, zoals Drenthe eertijds wel werd genoemd. 

Geen saai naslagwerk
Wat het project in elk geval niet moet opleveren is een saai naslagwerk voor geschiedenisnerds. Het moet een breed publiek aanspreken door het gebruik van veel illustraties, veel aandacht voor de gewone Drent en historische plekken die nu nog tot de verbeelding spreken.