W.A.B. van der Sanden (Geldrop, 1953)

Wijnand van der Sanden is sinds 1997 provinciaal archeoloog bij de Provincie Drenthe. Daarvoor was hij hoofd van de archeologische afdeling van het Drents Museum. Hij promoveerde in 1990 op 'Mens en moeras; veenlijken in Nederland van de Bronstijd tot en met de Romeinse tijd'.

Van der Sanden wijdt zich al sinds 1987 aan het onderzoek van de veenvondsten in Drenthe. Hij schreef onder meer boeken over het meisje van Yde, de veenlijken in Noordwest-Europa en de hunebedden. In de Nieuwe Drentse Volksalmanak publiceert hij (bijna) elk jaar artikelen over de archeologie in Drenthe. Van der Sanden ontving de DHV-prijs voor de Drentse geschiedenis voor het boek 'Over galg en rad. Executieplaatsen in Drenthe' dat in 2010 verscheen.

Interview in het Dagblad van het Noorden: 'Niet over oude potten, maar over mensen'

Wijnand 150x150Op 23 oktober 2015 verscheen in het Dagblad van het Noorden een uitgebreid artikel over de Geschiedenis van Drenthe. Bernd Otter sprak met redacteur Jan Bos en auteurs Gerding en Van der Sanden. Het interview met Wijnand van der Sanden kunt u op deze pagina nog eens nalezen.



'Niet over potten, maar over mensen'


De Nieuwe Geschiedenis van Drenthe wordt duidelijk anders dan de oude. Het worden twee boeken, die elkaar deels overlappen in tijd. Michiel Gerding ontleent zijn boek aan de beschreven historie en provinciaal archeoloog Wijnand van der Sanden schrijft het zijne aan de hand van archeologische informatie. Bijzonderis dat het archeologische verhaal doorloopt tot en met de TweedeWereldoorlog. Sporen uit de Tweede Wereldoorlog worden in verschillend perspectief belicht.

In beide boeken komt de reformatie aan bod. Gerding schrijft erover aan de hand van historische bronnen. Van der Sanden schrijft over stukgeslagen beelden die bij de kerk van Rolde zijn begraven.

Voor provinciaal archeoloog Wijnand van der Sanden is er bovendien alle aanleiding voor een andere visie op de vroegste geschiedenis van Drenthe dan in het vorige standaardwerk uit 1985 stond. Niet dat die visie naar de prullenbak kan, maar er is gewoon veel meer bekend geworden. Zo zijn er nieuwe opvattingen over het ontstaan van sommige culturen, zoals de bouwers van onze hunebedden, dewestgroep van de Trechterbekercultuur. Nieuwe ontdekkingen maken aannemelijk dat die cultuur niet ‘kant en klaar’ naar Drenthe kwam vanuit zuidelijk Scandinavië, maar dat het een regionale ontwikkeling was binnen de Swifterbantcultuur.

Het voorbeeld geeft ook aan hoe Van der Sanden zijn archeologische kijk op de Drentse geschiedenis vorm geeft: zonder grenzen. Ontwikkelingen elders in Europa komen nadrukkelijk aan bod als die invloed hadden op Drenthe. En dat zijn er veel meer dan de ijstijden. ,,Drenthe was zeker geen eiland. Mensen hebben zich al vroeg over grote afstanden verplaatst.’’

Van der Sanden noemt het schrijven van de nieuwe geschiedenis een spannende klus. ,,Ik probeer interessante archeologische ontwikkelingen in Drenthe begrijpelijk te maken. Elk hoofdstuk begint met een plek in Drenthe, waar de historie nog is af te lezen, een celtic field bijvoorbeeld. Ik wil uitleggen hoe Drenthe zich heeft ontwikkeld. En dan geldt dat de geschiedenis wel degelijk verandert.’’
Zo schetst Van der Sanden in het nieuwe boek een ander beeld dan de oude schoolplaten leren, die vooral een vreedzaam Drenthe laten zien. Het ging er inwerkelijkheid wel wat ruiger aan toe. ,,Door vondsten elders mogenwe verwachten dat het er soms gewelddadig aan toe ging.’’

Veel aandacht krijgen de rituelen van mensen. Daarwas eerder weinig aandacht voor. ,,Een voorbeeld? In de ijzertijd ging het verlaten van een huisplaats – bijvoorbeeld bij de dood van een bewoner – gepaard met rituelen. Die verlatingsrituelen probeer ik inzichtelijk te maken.’’

Voor Van der Sanden wordt het een uitdaging om alle nieuwe informatie die sinds 1985 over de Drentse historie letterlijk is opgegraven een plek te geven. Denk aan de opgraving van het galgenveld in Assen, een prehistorische nederzetting bij Borger of de bisschoppelijke hoeve in Kalteren bij Diever. En dan is er nog nieuw onderzoek dat een ander licht werpt op bijvoorbeeld het tempeltje van Barger-Oosterveld en het beroemde kralensnoer van Exloo. Misschien wel de belangrijkste belofte van de nieuwe geschiedenis: ,,Het boek moet niet over oude potten gaan, maar over mensen.’’

Foto: Harry Tielman

VanderSandenDvhN630