W.A.B. van der Sanden (Geldrop, 1953)

Wijnand van der Sanden is sinds 1997 provinciaal archeoloog bij de Provincie Drenthe. Daarvoor was hij hoofd van de archeologische afdeling van het Drents Museum. Hij promoveerde in 1990 op 'Mens en moeras; veenlijken in Nederland van de Bronstijd tot en met de Romeinse tijd'.

Van der Sanden wijdt zich al sinds 1987 aan het onderzoek van de veenvondsten in Drenthe. Hij schreef onder meer boeken over het meisje van Yde, de veenlijken in Noordwest-Europa en de hunebedden. In de Nieuwe Drentse Volksalmanak publiceert hij (bijna) elk jaar artikelen over de archeologie in Drenthe. Van der Sanden ontving de DHV-prijs voor de Drentse geschiedenis voor het boek 'Over galg en rad. Executieplaatsen in Drenthe' dat in 2010 verscheen.

Hoe beschrijf je de archeologie van Drenthe in 300 bladzijden?

Wijnand 150x150Met deze vraag worstelt Wijnand van der Sanden bijna dagelijks. Van der Sanden: ‘Het inlezen voor elk hoofdstuk is zonder meer de leukste fase. Iedere keer opnieuw blijkt er ongelofelijk veel nieuwe informatie beschikbaar te zijn. Ik beperk me dan niet tot Nederland, maar kijk ook naar wat er in de landen om ons heen gedaan is op archeologisch gebied. Daarna wordt het lastiger. Dan moet het gisten in het hoofd en moet al die informatie door een trechter heen zodat er een consistent verhaal van zo’n 9000 woorden uit rolt, inclusief kaderteksten.


Dat lijkt veel, maar dat is het niet. Ik moet veel weglaten. Tot op heden lukt het aardig. Hoe dan ook is het meer dan Waterbolk destijds tot zijn beschikking had. Hij besteedde amper twee bladzijden aan het Midden-Paleolithicum, ik heb er ca. 25. Ook al schrijf ik officieel maar twee dagen per week aan het boek, ik ben er in gedachten fulltime mee bezig. Bij alles wat ik lees denk ik: kan ik het gebruiken of niet? Zo ja, dan maak ik een aantekening die vervolgens in een map gaat. En een hoofdstuk is ook nooit ‘af’. In de hoofdstukken die ik al geschreven heb, kan ik al weer nieuwe informatie toevoegen. Het stopt nooit…..